Hoofdmenu
De kandidaat wordt beoordeeld op verkeersinzicht en zelfstandig rijgedrag.
Er zijn vijf examen onderdelen:
1. zelfstandig route rijden;
2. bijzondere manoeuvres;
3. gevaarherkenning door situatiebevraging;
4. zelfreflectie;
5. milieubewust rijgedrag.
In de nieuwste opzet staat de eigen verantwoordelijkheid van de aankomende bestuurder centraal. Het vernieuwde examen is in nauwe samenwerking met onderzoekers, de rijschoolbranche en verkeersorganisaties tot stand gekomen.
1. Zelfstandig route rijden
De examinator kan de kandidaat:
zonder aanwijzingen naar een bepaald gebouw laten rijden;
achtereenvolgens drie tot vijf opdrachten geven of het volgen van ANWB-
navigatieapparatuur laten gebruiken om een bestemming te vinden.
De examinator vertelt aan het begin van het examen hoe de kandidaat zelfstandig rijden moet uitvoeren.
Het zelfstandig rijden zal minimaal tien tot maximaal vijftien minuten van het examen in beslag nemen. De totale examentijd blijft hetzelfde. Het bereiken van het juiste eindpunt is geen doel op zich, wel de wijze waarop de kandidaat zijn verkeerstaak uitvoert.
Het examen kan beginnen met het rijden naar een herkenbaar gebouw, maar kan er ook mee worden afgesloten. De kandidaat krijgt dan de opdracht om vanaf een bepaald punt terug naar het CBR te rijden.
De clusteropdracht betreft een gedeelte van de route. Deze opdracht is altijd beperkt in lengte en zal één of meerdere keren herhaald worden om te checken of de kandidaat het begrepen heeft. Het is een nabootsing van de situatie waarin de bestuurder de weg vraagt aan een voorbijganger en vervolgens krijgt uitgelegd hoe hij naar de gevraagde locatie moet rijden. De reeks van routeopdrachten zal bestaan uit minimaal drie en maximaal vijf opdrachten.
Ook kunnen ANWB-
Het kunnen rijden met een navigatiesysteem is na 01-
2. Bijzondere manoeuvres
De kandidaat krijgt bij dit onderdeel:
omkeeropdracht
parkeeropdracht
stopopdracht
De examinator kiest twee van deze drie opdrachten of kan steekproefsgewijs de vertrouwde hellingproef laten uitvoeren. Bij de omkeeropdracht -
Bij het derde onderdeel -
De kandidaat vult vóór het examen een zelfreflectieformulier in die inzicht geeft in zijn/haar sterke en minder sterke kanten. Pas na het examen leest de examinator de antwoorden en bespreekt ze.
5. Milieubewust rijden
De principes van Het Nieuwe Rijden keren in het praktijkexamen terug onder de naam Milieubewust rijden. Aandacht voor de bandenspanning, het schakelgedrag en vooral het anticiperen op verkeerssituaties zorgen niet alleen voor een lager brandstofgebruik, maar ook voor veiliger rijgedrag.
Het theorie-
Bestaat uit:
vragen over gevaarherkenning (25);
verkeersregels (30);
verkeersinzicht (10).
Bij het theorie-
25 gevaarherkenningsvragen er 13 goed hebt
40 vragen over verkeersregels en verkeersinzicht er niet meer dan 5 fout hebt.
