Nieuws
Rij-examen vanaf 17 jaar!
Minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat wil vanaf eind 2010 het voor zeventienjarigen mogelijk maken hun autorijbewijs te halen. Tot hun achttiende mogen zij dan onder begeleiding van een ervaren bestuurder de weg op om ervaringskilometers op te doen. In Duitsland zorgt een soortgelijk systeem voor 30% minder ongevallen en 20% minder overtredingen.
Eind 2010 mag er al vanaf 16,5 jaar begonnen worden met het volgen van rijlessen en kan het theorie-examen worden afgelegd.
De 17 jarige moet bij de aanvraag van het rijbewijs opgeven welke mensen gaan optreden als begeleider. Deze personen moeten minimaal 10 jaar in het bezit zijn van een geldig rijbewijs voor de personenauto en mogen niet onder invloed van alcohol begeleiden of ernstige verkeersovertredingen op hun naam hebben staan. Zij krijgen een speciale begeleiderspas.
Ouders moeten toestemming geven voor de opleiding van de 17 jarige bestuurder en accoord gaan met de gekozen begeleiders. De bestuurder is zelf aansprakelijk voor overtredingen en ongelukken tijdens het begeleid rijden.
Uiteraard kun je nog steeds op 18 jarige leeftijd beginnen zonder het begeleid rijden te moeten volgen.
Meer info...
Het nieuwe faalangstexamen!
Het CBR biedt leerlingen met faalangst vanaf februari 2009 de mogelijkheid om een speciaal rijexamen voor de personenauto aan te vragen. Het examen is bedoeld voor mensen die zo angstig zijn tijdens het afrijden dat ze keer op keer zakken. In de huidige situatie kunnen deze mensen pas na vier keer zakken een speciaal examen afleggen. Het faalangstexamen kan in overleg met de rijinstructeur ook de eerste keer dat iemand af wil rijden, worden aangevraagd.
Het betreft een landelijke proef met 10.000 faalangstexamens die maximaal een jaar duurt. Het nieuwe examen is bedoeld om kandidaten, ondanks hun faalangst, zo goed mogelijk op hun gemak te stellen zodat zij optimaal kunnen presteren. Het CBR gaat er vanuit, dat het speciale examen alleen wordt aangevraagd voor leerlingen die werkelijk faalangst hebben.
Het faalangstexamen is niet makkelijker dan het gewone praktijkexamen B. Kandidaten moeten net als iedere aspirant-bestuurder voldoen aan alle rijvaardigheidseisen.
Het faalangstexamen duurt langer en verschilt in opzet van het reguliere examen en wordt afgenomen door examinatoren die zijn getraind in het begeleiden van kandidaten met faalangst. Er zijn 90 minuten beschikbaar (tegen 55 minuten voor het reguliere B-examen), waardoor een uitgebreid intakegesprek mogelijk is. Ook kan de examenkandidaat tijdens de rit een of meer time-outs aanvragen.
De proef met het faalangstexamen wordt in vijftien examenplaatsen uitgevoerd: Leeuwarden, Groningen, Hoogeveen, Arnhem, Zwolle, Almelo, Amsterdam, Leusden, Alkmaar, Rijswijk, Dordrecht, Gouda, Eindhoven, Heerlen, Goes en Middelburg. Is de proef succesvol, dan zal het faalangstexamen landelijk worden ingevoerd. Het faalangstexamen is € 70,00 duurder dan een regulier examen.
Uitgebreide informatie over faalangst, test jezelf, nieuws e.d.
Het nieuwe rijexamen!
Tijdens het nieuwe rijexamen, wordt de kandidaat beoordeeld op verkeersinzicht en zelfstandig rijgedrag
Er zijn vijf nieuwe examenonderdelen:
- zelfstandig route rijden;
- bijzondere manoeuvres;
- gevaarherkenning door situatiebevraging;
- zelfreflectie;
- milieubewust rijgedrag.
De kosten van het theorie- en praktijkexamen blijven gelijk.
Zelfstandig route rijden
De examinator kan de kandidaat:
- zonder aanwijzingen naar een bekend coördinatiepunt rijden;
- achtereenvolgens drie tot vijf opdrachten of volgen van ANWB-borden; (clusteropdracht)
- navigatieapparatuur laten gebruiken.
Als er geen navigatiesysteem in de lesauto aanwezig is, of als de kandidaat er niet mee heeft leren werken, dan beperkt de keus zich tot de eerste twee varianten.
Het zelfstandig rijden zal minimaal tien tot maximaal vijftien minuten van het examen in beslag nemen. De totale examentijd blijft hetzelfde. Het bereiken van het juiste eindpunt is geen doel op zich, wel de wijze waarop de kandidaat zijn verkeerstaak uitvoert.
Het examen kan beginnen met het rijden naar een variabel coördinatiepunt, maar kan er ook mee worden afgesloten. De kandidaat krijgt dan de opdracht om vanaf een oriëntatiepunt terug naar de examenplaats te rijden.
• De clusteropdracht betreft een gedeelte van de route.
Deze opdracht is altijd beperkt in lengte en zal één of meerdere keren herhaald worden om te checken of de kandidaat het begrepen heeft.
Het is een nabootsing van de situatie waarin de bestuurder de weg vraagt aan een voorbijganger en vervolgens krijgt uitgelegd hoe hij naar de gevraagde locatie moet rijden. Ook kunnen ANWB-borden in een bepaalde richting worden gevolgd.
De reeks van routeopdrachten zal bestaan uit minimaal drie en maximaal vijf opdrachten.
• Het rijden met een navigatiesysteem indien aanwezig.
Alleen als de rijschool hierover beschikt en de kandidaat hiermee heeft leren werken. Het kan in principe op ieder moment in het examen worden toegepast.
Het blijkt ook voor anderstalige kandidaten een oplossing te zijn, omdat navigatie meestal in verschillende talen is in te stellen.
Bijzondere manoeuvres
De kandidaat krijgt bij dit onderdeel:
- een omkeeropdracht
- een parkeeropdracht
- een stopopdracht
Bij de omkeeropdracht -niet te verwarren met het oude 'straatje keren'- wordt de kandidaat gevraagd in tegengestelde richting verder te rijden en zelf het moment en de manier van keren te bepalen. Dit principe van zelfstandigheid keert ook terug in de parkeer- en stopopdracht.
Evalueren
Bij het derde nieuwe onderdeel -situatiebevraging genaamd- vraagt de examinator naar de afwegingen van de kandidaat. Na een verkeerssituatie zet deze de auto desgevraagd langs de kant en legt uit waarom hij deed wat hij deed.
Verder vult de kandidaat vóór het examen een vragenlijst in die inzicht geeft in zijn sterke en minder sterke kanten. Pas na het examen leest de examinator de antwoorden en bespreekt ze.
Milieubewust rijden
De principes van Het Nieuwe Rijden keren in het praktijkexamen terug onder de naam Milieubewust rijden. Aandacht voor de bandenspanning, het schakelgedrag en vooral het anticiperen op verkeerssituaties zijn hier beoordelingselementen. Zij zorgen niet alleen voor een lager brandstofgebruik, maar ook voor veiliger rijgedrag.
Vanaf 1 Maart 2009
Het nieuwe theorie-examen bestaat uit; vragen over gevaarherkenning (25); verkeersregels (30); verkeersinzicht (10). In het nieuwe theorie-examen ben je geslaagd als je van de 25 gevaarherkenningsvragen er 12 goed hebt en van de overige 40 vragen over verkeersregels en verkeersinzicht er niet meer dan 5 fout hebt.
Bromfietsrijbewijs AM
Vanaf 1 oktober 2006 is het bromfietscertificaat vervangen door een bromfietsrijbewijs. Zoals de personenauto op het rijbewijs categorie B heet, zo heten bromfiets, snorfiets en brommobiel nu categorie AM.
Vanaf deze datum vervalt voor mensen die geboren zijn vóór 1 juni 1980 de vrijstelling voor het bromfiets theorie-examen. Zij zullen, net als iedereen, het theorie-examen voor het bromfietsrijbewijs met succes moeten afleggen.
Voor mensen die in het bezit zijn van een geldig rijbewijs A of B verandert er niets.
Met een geldig rijbewijs A of B mag je in Nederland namelijk een bromfiets, snorfiets of brommobiel besturen.
In het theorie-examen voor het AM-rijbewijs zitten meer vragen over het veilig besturen van een brommobiel. Het gaat dan met name over de toegestane maximum snelheid, de herkenning van het voertuig, de ge- en verboden voor een brommobiel en de gedragsregels.
Medio 2010 moet voor het rijbewijs AM ook een praktijkexamen worden afgelegd.
Mistachterlicht aanhangwagens verplicht
Vanaf 1 juli 2006 moeten aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg zijn voorzien van één of twee mistachterlichten. Deze verplichting geldt ongeacht het bouwjaar van de aanhangwagen.
Uitzondering:
Als het trekkende voertuig geen mistachterlicht heeft, hoeft de aanhangwagen ook geen mistachterlicht.
Kinderbeveiligingsmiddelen zijn verplicht!
Met ingang van 1 maart 2006 zijn de volgende beveiligingsmiddelen verplicht:Baby-autostoel (groep 0 en 0+) kleiner dan 1,35 m. - onder 13 kg.
Tegen rijrichting in plaatsen / met driepuntsgordel of ISOFIX systeem vastzetten.
Kinder-autostoel (groep 1)- kleiner dan 1,35 m. - van 9 tot 18 kg.
Voor kinderen die al zelfstandig kunnen zitten. Met rijrichting mee plaatsen / met driepuntsgordel of ISOFIX systeem vastzetten.
Zittingverhoger (groep 2 en 3)- kleiner dan 1,35 m. - van 15 tot 36 kg.
Wordt op de zitplaats gezet en zorgt ervoor dat de gordel over de borst en niet over de hals loopt. Het kind heeft de driepuntsgordel om.
Autogordel / Zittingverhoger - kleiner dan 1,35 m. - boven 36 kg.
Verplicht gebruik autogordel! Als de gordel over de hals loopt i.p.v. over de borst gebruik dan zittingverhoger of afzonderlijke gordelgeleider (gordelclip/klem).
Autogordel - groter dan 1,35 m.
Verplicht gebruik autogordel! Als de gordel over de hals loopt i.p.v. over de borst gebruik dan zittingverhoger.
Het gebruik van een kinderbeveiligingsmiddel hangt af van de lengte en gewicht van het kind. Er zijn in Europa nu vaste regels gesteld.
Airbag uitschakelen?
Op een zitplaats met een airbag ervoor mogen kinderen niet worden vervoerd in een (baby)autostoeltje dat tegen de rijrichting in is geplaatst. Dit mag alleen als de airbag is uitgeschakeld.
Of dat uitschakelen mogelijk is en hoe dat dan moet, staat in de gebruiksaanwijzing van de auto. Of vraag het aan de garage.
Meer info...
Welke verlichting bij mist
Bij mist altijd dimlicht voeren. Met groot licht verblind je jezelf.
Mistachterlicht indien zicht minder dan 50 meter.(verboden tijdens regenval)
Liever één mistachterlicht, om verwarring met remlichten te voorkomen.
Mistlampen vóór als de mist zo dicht is, dat het zicht ernstig wordt belemmerd.
Waarschuw bij filevorming het achteropkomende verkeer met de alarmlichten.
Denk bij mist aan de volgende tips:
- Halveer je snelheid en verdubbel de afstand ten opzichte van je voorligger.
- Rem niet plotseling af zonder reden.
- Houd zo veel mogelijk rechts, bij een noodsituatie uitwijken naar de vluchtstrook.